zaterdag 4 september 2010

Vioolles


Sinds twee weken heb ik vioolles.
Ik heb eerder fluit, blokfluit, altblokfluit, piano en lier gespeeld (en een paar kampvuur-liedjes op de gitaar), maar ik zei altijd: "In een volgend leven ga ik viool spelen."
Toen iemand er één te koop had, heb ik zonder aarzelen gezegd: ja, IK.
Want het is ook te idioot... waarom wachten tot een volgend leven? Alleen maar omdat ik in dit leven waarschijnlijk toch nooit meer op het concertpodium kom te staan? Tenslotte kan ik met de euritmie op het podium, mochten daar mijn ambities liggen.
En toen had ik na drie weken zelf wat aan-rommelen ook een viooljuf gevonden. Een jong Russisch meisje, heel klein, maar stevig en doortastend. Ik heb alle vertrouwen in haar kunnen.

Ik vind het ontzettend leuk, en het gaat ook best vlug.
Het strijken, dat is echt oefenen, eindeloos veel oefenen. Als je scheef strijkt, gaat de toon knarsen, en dat geeft dat bekende 'kattengejank'. Maar als je recht strijkt, is dat geluid er binnen een paar weken uit.
Dus inmiddels oefen ik thuis op alle liedjes die ik kan bedenken, en doe keurig mijn strijkoefeningen. Zeker een uur per dag, meestal langer.
Ik heb het helemaal te pakken.

dinsdag 17 augustus 2010

Terug van weggeweest



Na twee weken in het bos zijn we weer thuis.

Het was heerlijk in het bos: zo vanuit het tuinhekje tussen de bomen. En wat voor bomen.. het Speulderbos schijnt één van de oudste bossen in het land te zijn.
Het was ook erg gemakkelijk daar te verdwalen: al op de eerste wandeling die ik met de meiden maakte, verdwaalden we. Maar dat was eigenlijk niet zo heel erg. Het was wel spannend. We waren op zoek naar de Toverberg, en die liet zich niet zo makkelijk vinden.


Normaal ben ik een bangerd, en durf ik niet alleen een bos in. Maar deze keer ben ik met de viool het bos in getrokken om boven op de grafheuvel te gaan spelen.
Hans kon het niet laten om een opmerking te maken als: en verder was er in de wijde omtrek niemand te zien? Goh, hoe zou dat nou komen...

Isolde vond het heerlijk om elke dag in de tuin te spelen. Er stond een struik met een rare bramensoort, ik ben de naam vergeten, maar het was iets Japans. Elke ochtend plukten we een bak bramen voor haar.

Ik had er nog weken kunnen blijven, elke dag het bos in, de wuivende bomen, bijna geen mensen... maar de tijd wacht voor niemand, zeggen ze.

woensdag 21 juli 2010

Steiner over de tonen

"... En als u zich de toon hier op aarde voorstelt (..) weet u: op het aardse vlak leeft dat alles in de lucht. Maar de natuurkundige voorstelling dat de luchtstructuren de toon uitmaken is eigenlijk maar een naïeve voorstelling. (...) Want denkt u zich eens in, hier is een stuk grond en daar staat een mens. De grond maakt toch wis en waarachtig de mens niet uit; maar hij moet er zijn zodat de mens erop kan staan, anders zou het menselijk bestaan niet mogelijk zijn. Maar u zult niet vanuit de grond de mens willen verklaren.
Zo moet de lucht er zijn om de toon een houvast te geven. Zoals de mens op de grond staat, zo heeft de toon, alleen in wat gecompliceerder vorm, zijn grondvlak, zijn weerstand in de lucht. De lucht heeft voor de toon niet meer betekenis dan de grond voor de mens die daarop staat. De toon streeft naar de lucht en deze geeft hem de mogelijkheid te staan.Maar de toon is iets geestelijks."

woensdag 14 juli 2010

Jan van het Water


Dit is Jan van het Water, de handpop die Ravian gemaakt heeft in de 6e klas. Soms mocht Jan bij mij slapen, soms sliep hij bij Ravian. Nu zit Jan op de kast, bij de draagdoeken.

zaterdag 10 juli 2010

Ida Gerhard- de Gestorvene

















De Gestorvene


Zeven maal om de aarde gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zeven maal om die ene te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde gaan
Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die ene doen keren.
Zeven maal over de zeeën gaan -
zeven maal, om met z'n tweeën te staan.

Neuralgie

Van 2000 tot 2003 heb ik vreselijke last gehad van aangezichtspijnen.
Echt vreselijk. Zenuwpijn is een zeer gemene pijn. In het begin moest ik ademhalingsoefeningen doen om de pijn op te vangen, lag nachten wakker met het gevoel alsof iemand messen in mijn hoofd stak. Dokters wilden niet luisteren, stuurden me van het kastje naar de muur. Geen enkele 'normale' arts heeft in die tijd toegegeven dat het zenuwpijn was, terwijl ik het steeds gezegd heb. Uiteindelijk heeft een antroposofisch arts de diagnose gesteld, maar dat was de 6e of 7e arts die ik gezien heb.
Weliswaar kon die er ook niets aan doen, en ook de homeopaath en de natuurarts niet. Toen heb ik het opgegeven en de natuur haar werk maar laten doen: accepteren en hopen dat het weg ging.
Dat deed het, na drie jaar, waarin het langzaam uitdoofde.

Al die tijd is het weggebleven.
De laatste tijd heb ik het te druk gehad, je weet niet of het er iets mee te maken heeft gehad, maar het lukte me niet om voldoende rust voor mezelf te bevechten. Ik moest toch werken, oppasouders wilden hun kindjes brengen en ook nog wel eens extra dagen... en ik heb mijn grenzen niet duidelijk genoeg bewaakt.
En nu heb ik opnieuw zenuwpijn.

Niet dezelfde zenuw: eerst was het de aangezichtszenuw (trigeminus), nu is het volgens mij de occipitalis (achterhoofdszenuw). En godzijdank ook niet zo heftig als toen, maar toch behoorlijk vervelend.
Mijn ritmische masseuse/fysiotherapeute kan niets raars aan mijn nek ontdekken, maar daar komt het vandaan. Het kan allerlei oorzaken hebben: spanning met als gevolg teveel spanning in de nek of schouders, slijtage van de halswervels, maar heel vaak wordt er nooit een reden gevonden.

Wat ik wel zag vandaag, toen ik voor de etalage van een beddenzaak op Hans stond te wachten die een klamboe zocht, was een reclame voor zo'n speciaal hoofdkussen. Zo eentje van latex met een speciale vorm voor je nek zodat die niet in een gekke knak ligt.
De meneer van de beddenzaak heeft vier verschillende modellen aan laten dragen, de één net iets hoger (nee), de ander net iets harder (nee), de derde veroorzaakte een soort bult voor mijn ogen (te zacht en te hoog), maar de vierde was het.
Normaal lig ik op dons wat ik altijd half wegfrommel en indeuk, dus het zal wel wennen zijn, maar na een middagdutje werd ik toch zonder pijn wakker. Wie weet, het zou kunnen helpen.

Boekweitdopjes, waar Hans bij zweert, kan ik niet verdragen. Die zijn voor mijn altijd wel gevoelige hoofdzenuwen te hard. Het zal toch een zwakke plek zijn, neem ik aan.

maandag 5 juli 2010

Pa


Mijn vader is al sinds zijn jonge jaren alcoholist.
Toen mijn zussen en ik nog thuis woonden was dat al een ramp. Hij kon zo idioot doen dat we niemand mee naar huis wilden nemen. Hij was regelmatig agressief, bemoeide zich niet met de opvoeding, heeft mij jarenlang betast en begluurd. Ook toen al was hij een blaaskaak, een blufferd. We hebben daardoor geen goede band met hem.

Vlak voor Ravians geboorte heeft hij een zwaar auto-ongeluk gehad. Hij was dronken in een ravijn gereden. Daaraan heeft hij een hersenbeschadiging overgehouden, maar inmiddels is veel van de schade daarvan hersteld, behalve zijn geheugen. Maar inmiddels is duidelijk dat die geheugenschade nu door de drank veroorzaakt wordt: zijn thuiszorg-begeleidster is er van overtuigd dat hij Korsakov heeft. Maar hij wil het niet laten onderzoeken.

We maken al jaren de gekste dingen mee: hij heeft een man met zijn net gekochte wodka-fles tegen de vlakte geslagen. Hij ontsnapt uit een ziekenhuis met een gestolen rollator en loopt naar de slijterij en vervolgens naar huis, waar Eric hem dronken op de bank vond met zijn jas nog aan.

Maar inmiddels wordt het ook echt een grote last. Hij belt voortdurend op. Dan zegt hij: "Alles goed?"
"Wat denk je, pa, zou alles goed zijn?" zeg ik dan.
"Ja, haha, nee, alles goed dat kan natuurlijk niet, haha," en vervolgens verteld hij iets, wat dan ook, ongeveer acht keer achter elkaar. Alles gaat alleen maar over hem. Soms zeg ik minutenlang niets terug, maar dat hoeft ook niet, hij heeft dat niet eens door. Hij heeft een keiharde stem die door mijn ziel snijdt.
Jongste zus heeft al jaren helemaal geen contact, middelste zus neemt zo eens in het half jaar de telefoon op, en ik neem dan nog wel regelmatig op. Maar steeds vaker doe ik het niet. Dan belt hij, laat de beltoon het maximale aantal keren overgaan, belt meteen weer als ik niet opneem.
En dat dan op een dag nog rustig vier keer.
Het is een soort stalken, en ik word er steeds bozer om.
Ik neem nu al een week niet op, en ik denk dat hij wel 30 keer gebeld heeft in die week. Om van het geluid af te zijn haal ik de batterij uit de telefoon.

Als ik dan na een tijd toch opneem... het is toch wel zielig... kan ik na 10 minuten wel gillen.
Gék word ik er van. Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd dan een lompe, grove dronkelap met de morele ontwikkeling van een rioolrat die alleen maar in zichzelf geinteresseerd is.
Natuurlijk is het triest, en kan iedereen dement worden, maar omdat hij vroeger ook al een afschuwelijke vader was, is er geen loyaliteit op grond van vroegere liefde.
Gezien hoe hij zich, zeker naar mij, vroeger gedragen heeft zou het niet zo gek zijn als ik hem nooit meer wilde zien. Maar ja, al die tussenliggende jaren heb ik ook contact met hem gehad, en ik vind het daarom raar om nu ineens boos te worden om iets dat al die jaren nooit besproken is.
Maar ik kan de man niet uitstaan.
En pas dacht ik voor het eerst, nadat hij tien keer achter elkaar had verteld dat hij hónderd zou worden, denk erom!... Ik wou dat hij dood was.
Ik moet er niet aan denken dat hij honderd wordt. Stel je voor, dan zit ik op mijn 75e nóg met die vent! Nou gaat dat ook niet gebeuren, want hij gaat rap achteruit. En het zal een ongelooflijke opluchting zijn als die man 'op zijn dooie rug ligt', zoals hij het zelf noemt.

En nog steeds, na best wel veel nadenken, kan ik gewoon niet begrijpen dat ik een kind van die man ben. Hoe heeft zo'n platvloers figuur, zonder hersens, zonder veel interesses, zonder smaak of esthetisch gevoel... nou een kind als ik kunnen krijgen? Ik snap er gewoon niks van.

Maar voorlopig is het een behoorlijk probleem. Hij heeft elke dag thuiszorg (godzijdank), en de gesprekken daarmee voer ik.
Ik denk ook wel eens: ik verbreek het contact. Het is niet mijn probleem dat hij zich dement heeft gedronken. En nog steeds doorgaat.
Maar dan stel ik me voor hoe hij altijd maar alleen zit en niemand heeft omdat iedereen hem vervelend vindt. Stel je voor dat hij zich ook ophangt omdat hij niets en niemand heeft behalve de drank. Hoe voel ik me dan?
Weegt de opluchting dan op tegen het schuldgevoel? Ik denk het wel, eigenlijk.