zondag 21 november 2010

Nieuwe viool


Het schiet niet erg op met het blog de laatste tijd... te veel andere dingen te doen.

Omdat de eerste viool toch wel een goedkoop dingetje was, kreeg ik al snel het idee dat er toch een goed instrument nodig was. Eén dat met me mee kan groeien, één dat echt bij me past.
Het uitzoeken daarvan was net zoiets als met de toverstokken op Hogwarts: veel proberen... bij het ene instrument wist ik meteen dat die het niet was, hoe mooi ook, met het andere was niets mis, maar het was niet het mijne...
Uiteindelijk zijn er twee mee naar huis gegaan, en wist ik al vrij snel welke het moest worden.
Toen nog een strijkstok die erbij paste... en nu ben ik helemaal gelukkig met mijn viool.

zaterdag 4 september 2010

Vioolles


Sinds twee weken heb ik vioolles.
Ik heb eerder fluit, blokfluit, altblokfluit, piano en lier gespeeld (en een paar kampvuur-liedjes op de gitaar), maar ik zei altijd: "In een volgend leven ga ik viool spelen."
Toen iemand er één te koop had, heb ik zonder aarzelen gezegd: ja, IK.
Want het is ook te idioot... waarom wachten tot een volgend leven? Alleen maar omdat ik in dit leven waarschijnlijk toch nooit meer op het concertpodium kom te staan? Tenslotte kan ik met de euritmie op het podium, mochten daar mijn ambities liggen.
En toen had ik na drie weken zelf wat aan-rommelen ook een viooljuf gevonden. Een jong Russisch meisje, heel klein, maar stevig en doortastend. Ik heb alle vertrouwen in haar kunnen.

Ik vind het ontzettend leuk, en het gaat ook best vlug.
Het strijken, dat is echt oefenen, eindeloos veel oefenen. Als je scheef strijkt, gaat de toon knarsen, en dat geeft dat bekende 'kattengejank'. Maar als je recht strijkt, is dat geluid er binnen een paar weken uit.
Dus inmiddels oefen ik thuis op alle liedjes die ik kan bedenken, en doe keurig mijn strijkoefeningen. Zeker een uur per dag, meestal langer.
Ik heb het helemaal te pakken.

dinsdag 17 augustus 2010

Terug van weggeweest



Na twee weken in het bos zijn we weer thuis.

Het was heerlijk in het bos: zo vanuit het tuinhekje tussen de bomen. En wat voor bomen.. het Speulderbos schijnt één van de oudste bossen in het land te zijn.
Het was ook erg gemakkelijk daar te verdwalen: al op de eerste wandeling die ik met de meiden maakte, verdwaalden we. Maar dat was eigenlijk niet zo heel erg. Het was wel spannend. We waren op zoek naar de Toverberg, en die liet zich niet zo makkelijk vinden.


Normaal ben ik een bangerd, en durf ik niet alleen een bos in. Maar deze keer ben ik met de viool het bos in getrokken om boven op de grafheuvel te gaan spelen.
Hans kon het niet laten om een opmerking te maken als: en verder was er in de wijde omtrek niemand te zien? Goh, hoe zou dat nou komen...

Isolde vond het heerlijk om elke dag in de tuin te spelen. Er stond een struik met een rare bramensoort, ik ben de naam vergeten, maar het was iets Japans. Elke ochtend plukten we een bak bramen voor haar.

Ik had er nog weken kunnen blijven, elke dag het bos in, de wuivende bomen, bijna geen mensen... maar de tijd wacht voor niemand, zeggen ze.

woensdag 21 juli 2010

Steiner over de tonen

"... En als u zich de toon hier op aarde voorstelt (..) weet u: op het aardse vlak leeft dat alles in de lucht. Maar de natuurkundige voorstelling dat de luchtstructuren de toon uitmaken is eigenlijk maar een naïeve voorstelling. (...) Want denkt u zich eens in, hier is een stuk grond en daar staat een mens. De grond maakt toch wis en waarachtig de mens niet uit; maar hij moet er zijn zodat de mens erop kan staan, anders zou het menselijk bestaan niet mogelijk zijn. Maar u zult niet vanuit de grond de mens willen verklaren.
Zo moet de lucht er zijn om de toon een houvast te geven. Zoals de mens op de grond staat, zo heeft de toon, alleen in wat gecompliceerder vorm, zijn grondvlak, zijn weerstand in de lucht. De lucht heeft voor de toon niet meer betekenis dan de grond voor de mens die daarop staat. De toon streeft naar de lucht en deze geeft hem de mogelijkheid te staan.Maar de toon is iets geestelijks."

woensdag 14 juli 2010

Jan van het Water


Dit is Jan van het Water, de handpop die Ravian gemaakt heeft in de 6e klas. Soms mocht Jan bij mij slapen, soms sliep hij bij Ravian. Nu zit Jan op de kast, bij de draagdoeken.

zaterdag 10 juli 2010

Ida Gerhard- de Gestorvene

















De Gestorvene


Zeven maal om de aarde gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zeven maal om die ene te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde gaan
Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die ene doen keren.
Zeven maal over de zeeën gaan -
zeven maal, om met z'n tweeën te staan.

Neuralgie

Van 2000 tot 2003 heb ik vreselijke last gehad van aangezichtspijnen.
Echt vreselijk. Zenuwpijn is een zeer gemene pijn. In het begin moest ik ademhalingsoefeningen doen om de pijn op te vangen, lag nachten wakker met het gevoel alsof iemand messen in mijn hoofd stak. Dokters wilden niet luisteren, stuurden me van het kastje naar de muur. Geen enkele 'normale' arts heeft in die tijd toegegeven dat het zenuwpijn was, terwijl ik het steeds gezegd heb. Uiteindelijk heeft een antroposofisch arts de diagnose gesteld, maar dat was de 6e of 7e arts die ik gezien heb.
Weliswaar kon die er ook niets aan doen, en ook de homeopaath en de natuurarts niet. Toen heb ik het opgegeven en de natuur haar werk maar laten doen: accepteren en hopen dat het weg ging.
Dat deed het, na drie jaar, waarin het langzaam uitdoofde.

Al die tijd is het weggebleven.
De laatste tijd heb ik het te druk gehad, je weet niet of het er iets mee te maken heeft gehad, maar het lukte me niet om voldoende rust voor mezelf te bevechten. Ik moest toch werken, oppasouders wilden hun kindjes brengen en ook nog wel eens extra dagen... en ik heb mijn grenzen niet duidelijk genoeg bewaakt.
En nu heb ik opnieuw zenuwpijn.

Niet dezelfde zenuw: eerst was het de aangezichtszenuw (trigeminus), nu is het volgens mij de occipitalis (achterhoofdszenuw). En godzijdank ook niet zo heftig als toen, maar toch behoorlijk vervelend.
Mijn ritmische masseuse/fysiotherapeute kan niets raars aan mijn nek ontdekken, maar daar komt het vandaan. Het kan allerlei oorzaken hebben: spanning met als gevolg teveel spanning in de nek of schouders, slijtage van de halswervels, maar heel vaak wordt er nooit een reden gevonden.

Wat ik wel zag vandaag, toen ik voor de etalage van een beddenzaak op Hans stond te wachten die een klamboe zocht, was een reclame voor zo'n speciaal hoofdkussen. Zo eentje van latex met een speciale vorm voor je nek zodat die niet in een gekke knak ligt.
De meneer van de beddenzaak heeft vier verschillende modellen aan laten dragen, de één net iets hoger (nee), de ander net iets harder (nee), de derde veroorzaakte een soort bult voor mijn ogen (te zacht en te hoog), maar de vierde was het.
Normaal lig ik op dons wat ik altijd half wegfrommel en indeuk, dus het zal wel wennen zijn, maar na een middagdutje werd ik toch zonder pijn wakker. Wie weet, het zou kunnen helpen.

Boekweitdopjes, waar Hans bij zweert, kan ik niet verdragen. Die zijn voor mijn altijd wel gevoelige hoofdzenuwen te hard. Het zal toch een zwakke plek zijn, neem ik aan.